Een Stap Te Ver
Het was inmiddels bijna twee maanden geleden dat Eva en Daan elkaar hadden ontmoet.
Twee maanden van gesprekken.
Berichten.
Koffie.
Wandelingen.
Lachbuien.
En momenten waarop ze elkaar beter leerden kennen.
Soms voelde het alsof ze hem al jaren kende.
En soms realiseerde ze zich ineens hoe weinig ze eigenlijk nog wist.
Mensen waren ingewikkeld.
Je kon uren met iemand praten en toch niet weten wat er 's nachts door hun hoofd ging.
---
Op zondagmiddag zaten ze samen op een terras.
De zomer liet zich eindelijk zien.
Mensen liepen in korte mouwen.
Fietsers reden langs.
Op het plein speelde een klein bandje muziek.
Eva genoot van de zon op haar gezicht.
Daan keek naar haar terwijl ze haar zonnebril opzette.
"Wat?"
Hij glimlachte.
"Niks."
"Dat geloof ik niet."
"Ik keek gewoon."
"Dat klinkt verdacht."
Hij lachte.
"Misschien vind ik je gewoon leuk."
Eva voelde haar wangen warm worden.
Tot haar ergernis.
---
Ze praatten verder.
Over reizen.
Over dromen.
Over dingen die ze ooit nog wilden doen.
Het was een ontspannen middag.
Tot Daan ineens vroeg:
"Waar zie jij jezelf over een jaar?"
Eva keek op.
"Dat is een serieuze vraag."
"Ik ben soms serieus."
"Dat heb ik gemerkt."
---
Ze dacht even na.
"Geen idee."
"Dat meen je niet."
"Jawel."
Hij keek haar onderzoekend aan.
"Je hebt geen plannen?"
"Niet echt."
"Geen droomhuis?"
"Nee."
"Geen droomman?"
Eva verslikte zich bijna in haar drinken.
---
"Dat was subtiel."
"Ik probeer het."
"Je faalt."
Daan grijnsde.
Maar zijn glimlach verdween langzaam.
Alsof hij ergens naartoe wilde met dit gesprek.
---
"Daan?"
Hij keek naar zijn handen.
Voor een moment leek hij ineens zenuwachtig.
Een kant van hem die Eva nog niet vaak had gezien.
---
"Ik heb ergens over nagedacht."
Daar was het.
Dat gevoel.
Dat gevoel dat er iets belangrijks kwam.
---
"Oké."
Hij haalde diep adem.
"Ik weet dat je rustig aan wilt doen."
Eva voelde direct spanning in haar buik.
"Maar..."
Daar was dat woord weer.
Het woord dat meestal problemen veroorzaakte.
"Ik weet gewoon wat ik voel."
Zijn stem was zacht. Maar vastberaden.
"En ik heb nog nooit zo'n verbinding gevoeld met iemand."
Eva voelde haar hart sneller slaan.
Niet omdat het niet mooi was.
Maar omdat het te snel ging.
Veel te snel.
"Daan..."
Hij glimlachte.
Alsof hij wist wat ze ging zeggen.
"Laat me uitpraten."
Ze knikte.
"Ik weet dat het misschien gek klinkt."
Hij keek haar recht aan.
"Maar ik zie echt een toekomst met jou."
De wereld leek even stil te vallen.
Niet omdat het onverwacht was.
Maar omdat hij het daadwerkelijk uitsprak.
---
Eva voelde tegelijkertijd warmte en paniek.
Ze wist dat hij eerlijk was.
Dat maakte het juist moeilijk.
"Daan..."
Hij wachtte.
"Dat is veel."
Zijn glimlach werd kleiner.
Maar hij knikte.
"Dat weet ik."
"Ik vind je ontzettend leuk."
En dat meende ze.
Elke letter.
"Maar je bent nog geen jaar gescheiden."
Zijn blik zakte naar tafel.
"Ik weet het."
"Je hebt zoveel meegemaakt."
Eva zocht naar de juiste woorden.
"Ik wil niet degene zijn die jouw verdriet oplost."
---
De stilte die volgde voelde anders dan eerdere stiltes.
Zwaarder.
Pijnlijker.
---
Daan keek weg.
Naar de mensen op straat.
Naar het plein.
Overal behalve naar haar.
---
"Is dat wat je denkt?"
Zijn stem klonk zacht.
Te zacht.
"Nee."
Eva schudde direct haar hoofd.
"Dat is niet wat ik denk."
"Een beetje wel."
Die woorden deden pijn.
Omdat er waarheid in zat.
"Daan..."
Hij keek eindelijk weer op.
Zijn ogen stonden verdrietig.
Maar niet boos.
"Ik ben niet verliefd op je omdat ik kapot ben."
Die zin kwam recht uit zijn hart.
Dat hoorde ze.
"Ik ben verliefd op je omdat jij jij bent."
Eva voelde een brok in haar keel ontstaan.
---
Niemand had ooit zo naar haar gekeken.
Zo open.
Zo kwetsbaar.
Toch veranderde dat niets aan haar gevoel.
"Ik weet het."
Haar stem brak bijna.
"Maar ik kan dit tempo niet bijhouden."
Daar was de waarheid.
De echte waarheid.
Ze zag hoe hij probeerde dat te verwerken.
Hoe hij probeerde niet gekwetst te kijken.
Hoe hij probeerde begripvol te blijven.
En juist dat brak haar hart.
---
Na een lange stilte knikte hij.
"Oké."
Meer zei hij niet.
Ze maakten het gesprek af.
Ze dronken hun koffie op.
Ze praatten nog over andere dingen.
Maar allebei wisten ze dat er iets was veranderd.
---
Later die avond zette Daan haar af bij haar auto.
Zoals zo vaak.
Maar deze keer voelde het anders.
Alsof ze aan verschillende kanten van een deur stonden.
En niet wisten hoe ze die moesten openen.
---
"Ik wil je niet kwijt," zei Daan zacht.
Eva keek hem aan.
"Dat ga je ook niet."
Hij glimlachte.
Maar zijn ogen glimlachten niet mee.
"Dat hoop ik."
Ze bleven nog even staan.
Geen van beiden leek haast te hebben om afscheid te nemen.
Toch voelde Eva dat er iets was veranderd.
Niet omdat ze ruzie hadden.
Niet omdat iemand iets verkeerd had gedaan.
Maar omdat hun gevoelens niet meer helemaal gelijk liepen.
Daan leek vooruit te willen.
Terwijl zij nog steeds wilde kijken waar het heen ging.
"Rij voorzichtig," zei hij uiteindelijk.
"Jij ook."
Eva stapte in haar auto.
Toen ze de motor startte keek ze nog één keer naar hem.
Hij stond onder een lantaarnpaal.
Handen in zijn zakken.
Alleen.
Ze stak haar hand op.
Hij glimlachte en deed hetzelfde.
Daarna reed ze weg.
Daan bleef staan totdat haar achterlichten verdwenen waren.
Pas toen liep hij naar zijn eigen auto.
Hij ging achter het stuur zitten.
Maar startte de motor niet.
In plaats daarvan bleef hij voor zich uit kijken.
Naar niets in het bijzonder.
Zijn gedachten draaiden in cirkels.
Hij wist dat Eva eerlijk was geweest.
Hij wist dat ze hem niet afwees.
Maar toch voelde het alsof hij opnieuw moest wachten op iets waarvan hij niet wist of het ooit zou komen.
Hij sloot zijn ogen.
Een paar seconden.
Daarna startte hij de auto.
Onderweg naar huis zette hij de radio harder.
Niet omdat hij de muziek wilde horen.
Maar omdat hij zijn eigen gedachten even niet wilde horen.
Voor het eerst sinds lange tijd voelde hij zich weer alleen.
Niet werkelijk alleen.
Maar het soort alleen dat van binnen zit.
Het soort gevoel dat terugkomt wanneer je net begint te hopen.
---
Terwijl de lichten van de stad langs hem heen gleden, nam Daan zich voor om afstand te nemen.
Niet omdat hij boos was.
Niet omdat hij haar niet meer wilde zien.
Maar omdat hij zichzelf moest beschermen.
Hij kon niet blijven wachten op een antwoord dat misschien maanden zou duren.
En zonder dat hij het wist, zou juist dat besluit de komende maanden meer veranderen dan hij zich ooit kon voorstellen.