vrijdag 19 juni 2026

Tussen Twee Werelden deel 2

Een Toeval Dat Geen Toeval Voelde

De volgende ochtend werd Eva wakker met het geluid van regen tegen haar slaapkamerraam.

Ze bleef nog even liggen.

Niet omdat ze moe was, maar omdat haar gedachten al wakker waren.

Dat gebeurde de laatste tijd vaker.

Ze draaide zich op haar zij en keek naar de wekker.

06:17.

Nog dertien minuten voordat ze echt moest opstaan.

Normaal zou ze die tijd gebruiken om langzaam wakker te worden, maar vandaag dwaalden haar gedachten steeds terug naar het café.

Naar Daan.

Ze zuchtte zacht.
Het was belachelijk.
Ze kende de man amper twee uur.
Toch bleef zijn gezicht in haar hoofd verschijnen.

Niet eens omdat hij aantrekkelijk was, al speelde dat misschien ook mee. Het was iets anders.

Die blik.

Alsof hij voortdurend een gevecht voerde waar niemand iets van wist.

Eva draaide zich op haar rug.
Misschien herkende ze iets.
Niet dezelfde gebeurtenissen, maar hetzelfde gevoel.

Iedereen droeg dingen met zich mee.
Sommige mensen waren alleen beter in verbergen dan anderen.

Ze stapte uit bed en begon aan haar dag.

Douchen.
Aankleden.
Een snelle boterham.
Daarna richting haar werk.
Zoals altijd.

Tenminste, dat probeerde ze zichzelf wijs te maken.
Maar ergens voelde de dag anders.
Alsof er iets was verschoven.

---

De ochtenddienst vloog voorbij.

Mevrouw Van Leeuwen wilde haar medicijnen niet innemen.

Meneer De Groot was ervan overtuigd dat hij naar zijn werk moest terwijl hij al twintig jaar met pensioen was.

Een collega meldde zich ziek.

Een andere collega liep de hele ochtend te mopperen.

Gewoon een normale werkdag.

Tegen de tijd dat Eva pauze had, voelde ze haar benen.

Ze liet zich neerzakken op een stoel in de personeelsruimte.

"Je ziet eruit alsof je de marathon hebt gelopen," zei haar collega Sanne.
Eva lachte.
"Zo voelt het ook."
"Drukke nacht gehad?"
"Nee."
"Dan heb je iemand ontmoet."
Eva keek op.

Sanne grijnsde tevreden.

"Die blik herken ik."
"Welke blik?"
"Die blik van iemand die doet alsof er niks aan de hand is."
Eva rolde met haar ogen.

"Je kijkt te veel romantische series."
"En jij ontwijkt de vraag."

Eva pakte haar koffie.
"Ik heb gewoon iemand gesproken."
"Een man."
"Ja."
Sanne begon meteen te lachen.
"Ik wist het."
"Rustig. Het was gewoon een gesprek."
"Dat zeggen ze altijd."

Eva schudde haar hoofd.

"Serieus. Gewoon een gesprek."

Dat was ook zo.
Toch voelde het alsof ze zichzelf probeerde te overtuigen.

---

Die avond besloot Eva een andere route naar huis te nemen.

Waarom precies wist ze niet.

Misschien wilde ze gewoon haar hoofd leegmaken.

Misschien wilde ze zichzelf bewijzen dat ze niet aan Daan dacht.

Misschien loog ze tegen zichzelf.

Ze parkeerde haar auto vlakbij het centrum en liep een stukje door de winkelstraat.

De regen was eindelijk verdwenen.
Mensen zaten op terrassen.
Kinderen renden achter elkaar aan.
Een straatmuzikant speelde gitaar.

Het was een van die avonden waarop de stad even vriendelijk leek.

Eva bleef staan bij een boekwinkel.
Een nieuw boek lag in de etalage.
Ze boog zich iets naar voren om de titel te lezen.

"Nog steeds gek op boeken?"
De stem kwam van achter haar.
Ze draaide zich om.
En voelde direct hoe haar hart een sprongetje maakte.

Daan.

Hij stond daar met een lichte glimlach.
Een boodschappentas in zijn hand.

Een donkerblauw T-shirt.
Geen regenjas.
Geen vermoeide natte haren.
Hij zag er anders uit.
Jonger bijna.
Levendiger.
Alsof het café een slechte dag had laten zien die niet altijd zichtbaar was.

"Nou," zei hij. "Dat is een blik alsof je een geest ziet."
Eva moest lachen.
"Ik schrok gewoon."
"Positief of negatief?"
"Dat weet ik nog niet."
"Au."

Hij legde een hand op zijn borst.
"Dat doet pijn."
"Je overleeft het wel."
"Waarschijnlijk."

Een paar seconden stonden ze tegenover elkaar.

Geen van beiden leek haast te hebben.
"Ben je hier vaak?" vroeg Daan.
"Bij de boekwinkel?"
"Ja."
"Regelmatig."
Hij knikte.
"Ik ook."

Eva keek hem wantrouwend aan.
"Je leest?"
"Waarom klinkt dat alsof je verbaasd bent?"
"Geen idee."
"Dat is gemeen."
"Een beetje."
Hij grijnsde.

En opnieuw viel het haar op hoe anders hij eruitzag wanneer hij lachte.

Bijna alsof de zwaarte even verdween.


---

Ze liepen samen verder door de straat.

Niet echt afgesproken.
Het gebeurde gewoon.

Hun gesprekken gingen van het ene onderwerp naar het andere.

Boeken.
Werk.
Vakanties.
Muziek.

Soms ontstond er een stilte.
Maar niet zo'n ongemakkelijke stilte die gevuld moest worden.
Eerder een stilte die vanzelf ontstond.
Alsof ze allebei begrepen dat niet elk moment vol woorden hoefde te zitten.

"Mag ik iets vragen?" zei Daan uiteindelijk.
"Dat hangt van de vraag af."
"Ben je altijd zo voorzichtig?"

Eva keek hem aan.
"Ben jij altijd zo nieuwsgierig?"
"Meestal wel."
Ze glimlachte.

"Dan is het antwoord ja."
Daan knikte langzaam.
"Dat dacht ik al."
"En waarom dacht je dat?"

Hij keek naar de mensen die voorbijliepen.
"Je kijkt eerst. Altijd."
"Dat klinkt alsof ik een wild dier ben."
"Nee."

Hij glimlachte.
"Meer iemand die eerst zeker wil weten waar ze aan begint."

Eva voelde iets in die woorden.
Niet vervelend.
Maar wel raak.
Want het was waar.
Ze was niet iemand die zomaar ergens insprong.

Niet in vriendschappen.
Niet in relaties.
Niet in het leven.

---

Ze kwamen uit bij een klein plein met een fontein.

Daan bleef staan.

"Mag ik ook iets eerlijk zeggen?"
Eva trok een wenkbrauw op.
"Dat klinkt gevaarlijk."
"Valt mee."

Hij keek haar even aan.
"Ik ben blij dat ik gisteren jouw tafel koos."
Eva voelde warmte in haar wangen.
Een reactie waar ze zich direct aan ergerde.
Ze was geen zestien meer.

"Dat was technisch gezien mijn idee."
"Dan ben ik blij dat jij mijn tafel koos."
Ze lachte.
"Dat klinkt beter."

Zijn blik bleef iets langer hangen dan nodig was.

Niet opdringerig.
Niet ongemakkelijk.

Gewoon...

Aanwezig.
Alsof hij haar echt zag.

En dat was misschien wel het gevaarlijkste.

---

Voor het eerst sinds lange tijd voelde Eva een lichte spanning in haar buik.

Niet omdat ze verliefd was.

Daar was het veel te vroeg voor.

Maar omdat ze voelde dat hier iets kon ontstaan.

En juist daarom werd ze voorzichtig.
Want iets dat kon ontstaan...
Kon ook verdwijnen.

Ze had dat vaker meegemaakt dan ze wilde toegeven.

"Waar denk je aan?" vroeg Daan.
Eva keek naar de fontein.

"Nergens."
"Leugen."
"Hoe weet jij dat?"
"Je kijkt altijd naar links als je liegt."

Ze schoot in de lach.

"Dat verzin je."
"Misschien."
"Je bent irritant."
"Dat hoor ik vaker."

Zijn ogen straalden.

Voor een moment leek hij zorgeloos.
Gelukkig.
Vrij.

Eva vroeg zich af hoe vaak dat nog gebeurde.

---

Toen ze afscheid namen, was de zon bijna onder.

"Ik zie je vast weer," zei Daan.
Zijn stem klonk luchtig.
Maar er zat iets onder.

Hoop.
Misschien verwachting.
Misschien allebei.

Eva glimlachte.
"Misschien."

Hij schudde zijn hoofd.
"Dat is geen antwoord."
"Dat is precies een antwoord."
"Ik haat slimme mensen."
"Jammer."
"Vooral als ze gelijk hebben."
Ze lachten allebei.

Daarna draaide Eva zich om en liep richting haar auto.

Na een paar meter keek ze nog even achterom.

Daan stond er nog.
Met zijn handen in zijn zakken.
Kijkend hoe ze wegliep.

En voor een heel kort moment gebeurde er iets vreemds.
Alsof de wereld om haar heen een seconde stilviel.

Een rilling trok over haar rug.
Ze bleef staan.
Keek om zich heen.
Niets.

Mensen liepen voorbij.
Fietsen reden langs.
De fontein stroomde rustig verder.
Alles was normaal.
Toch bleef dat gevoel hangen.

Alsof er ergens, heel diep onder de oppervlakte, iets in beweging was gekomen.

Iets dat zij nog niet kon zien.
Maar dat haar al wel had gevonden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten