Meer Dan Vriendschap
Zaterdagochtend begon voor Eva vroeger dan normaal.
Niet omdat ze moest werken.
Niet omdat ze afspraken had.
Maar omdat ze simpelweg niet meer kon slapen.
Om half acht lag ze al wakker naar het plafond te kijken.
Ze wist precies waarom.
Vandaag zou ze met Daan afspreken.
Alleen die gedachte zorgde ervoor dat ze zich tegelijkertijd verheugde en ergerde.
Ze was achtendertig jaar.
Geen puber.
Toch voelde ze dezelfde lichte spanning die ze jaren geleden had gevoeld voor een eerste afspraak.
"Belachelijk," mompelde ze terwijl ze haar dekbed weggooide.
De kat op haar bed keek beledigd op.
"Niet jij."
De kat leek het daar niet mee eens te zijn.
---
De rest van de ochtend probeerde Eva zichzelf bezig te houden.
Ze deed boodschappen.
Ruimde de keuken op.
Gaf haar planten water.
Keek een aflevering van een serie.
Maar telkens dwaalden haar gedachten af.
Wat als het ongemakkelijk werd?
Wat als ze buiten het café ineens niets meer te zeggen hadden?
Wat als ze merkte dat ze hem eigenlijk helemaal niet zo leuk vond?
Of erger.
Wat als ze hem juist veel leuker vond dan verstandig was?
---
Rond één uur reed ze naar het afgesproken koffietentje.
Het lag aan de rand van een natuurgebied.
Niet groot.
Niet hip.
Gewoon een gezellige plek met een terras en uitzicht op het water.
Toen ze aankwam stond Daan er al.
Hij leunde tegen een houten hek.
Zijn handen in zijn zakken.
Zonnebril bovenop zijn hoofd.
Alsof hij haar al een tijdje zag aankomen.
Toen hij haar auto herkende verscheen er direct een glimlach op zijn gezicht.
Een echte glimlach.
Geen beleefde.
Geen gemaakte.
Eentje die zijn hele gezicht veranderde.
Eva voelde haar hart verraderlijk reageren.
---
"Je bent vroeg."
"Jij ook."
"Ik ben al tien minuten hier."
"Dan ben je vroeger."
"Dat is waar."
Hij grijnsde.
"Fijn dat je gekomen bent."
Er zat iets oprechts in die woorden.
Iets waardoor ze even niet wist wat ze moest zeggen.
Dus glimlachte ze alleen.
Ze bestelden koffie en vonden een tafeltje aan het water.
Een groep eenden dobberde voorbij.
Kinderen voerden stukjes brood.
De zon scheen onverwacht warm voor het seizoen.
Voor een tijdje praatten ze over luchtige dingen.
Hun week.
Werk.
Een boek dat Eva net had gelezen.
Een collega van Daan die een complete machine had stilgelegd door op de verkeerde knop te drukken.
Eva lachte zo hard dat mensen omkeken.
"Dat meen je niet."
"Ik zweer het."
"Dat kan toch niet?"
"Blijkbaar wel."
---
Na een tijdje werd het gesprek rustiger.
Dieper.
Zoals steeds vaker gebeurde wanneer ze samen waren.
"Heb jij broers of zussen?" vroeg Eva.
Voor het eerst die middag aarzelde Daan.
Een heel klein moment.
Maar ze zag het.
"Nee."
Hij keek naar het water.
"Alleen ik."
"Dat lijkt me soms best eenzaam."
Zijn glimlach werd kleiner.
"Dat was het ook."
Eva voelde direct dat ze een deur had geopend.
Een deur die meestal gesloten bleef.
"Denk je nog veel aan vroeger?" vroeg ze voorzichtig.
Daan bleef even stil.
De wind speelde met het water.
In de verte hoorde ze een hond blaffen.
"Meer dan ik zou willen."
Zijn stem klonk zachter dan normaal.
"Mijn moeder was ziek toen ik jong was.
Eva voelde haar aandacht direct verscherpen.
"Kanker?"
Hij keek verbaasd op.
"Hoe wist je dat?"
"Gewoon een gevoel."
Hij knikte langzaam.
"Ja."
Voor het eerst zag Eva iets pijnlijks in zijn ogen verschijnen.
Alsof herinneringen zich ineens hadden opgedrongen.
"Mijn vader vertrok toen ze ziek werd."
De woorden kwamen vlak.
Alsof hij ze al duizend keer had verteld.
En tegelijkertijd nog nooit echt.
Eva wist niet wat ze moest zeggen.
Soms bestonden er geen goede antwoorden.
Dus luisterde ze.
"Ik denk dat ik hem daar nooit echt voor heb vergeven."
Zijn blik bleef op het water gericht.
"Misschien omdat hij niet alleen haar achterliet."
Hij slikte.
"Maar ook mij."
Eva voelde een brok in haar keel ontstaan.
---
"En je moeder?" vroeg ze zacht.
Daan keek naar zijn handen.
"Ze overleed een paar jaar later."
De woorden waren simpel.
Maar de stilte erna vertelde alles.
Eva voelde hoe haar hart samentrok.
Ineens begreep ze een beetje meer van de man tegenover haar.
Van die vermoeide ogen.
Van de eenzaamheid die soms door zijn glimlach heen brak.
Van het gevoel dat hij voortdurend op zoek leek naar iets wat hij kwijt was geraakt.
"Dat spijt me."
Hij glimlachte flauw.
"Dat hoeft niet."
"Toch wel."
Hij keek haar aan.
En voor een moment leek alles om hen heen te verdwijnen.
De mensen.
De geluiden.
Het water.
Alles.
Er was alleen die blik.
Die openheid.
Dat stukje van zichzelf dat hij haar had laten zien.
"Bedankt dat je luistert," zei hij.
Eva voelde warmte door zich heen trekken.
"Altijd."
Pas toen het woord eruit was besefte ze wat ze had gezegd.
Altijd.
Een groot woord.
Misschien te groot.
Maar Daan leek het niet vreemd te vinden.
Integendeel.
Alsof het hem raakte.
---
Later wandelden ze langs het water.
De zon begon langzaam lager te staan.
Hun schaduwen werden langer.
Ze liepen dicht naast elkaar.
Niet hand in hand.
Niet als geliefden.
Maar ook niet meer als vreemden.
Er was iets veranderd.
Iets kleins.
Iets belangrijks.
"Mag ik eerlijk zijn?" vroeg Daan.
Eva keek op.
"Dat klinkt gevaarlijk."
"Waarschijnlijk wel."
Hij lachte nerveus.
Voor het eerst sinds ze hem kende leek hij echt onzeker.
"Ik vind je leuk."
Daar was het.
Direct.
Eenvoudig.
Zonder spelletjes.
Eva voelde haar hart sneller kloppen.
Niet omdat ze verrast was.
Ze had het al gevoeld.
Maar omdat het ineens echt werd.
Omdat woorden dingen veranderden.
Ze bleef even stil.
Niet omdat ze hem wilde laten wachten.
Maar omdat ze eerlijk wilde zijn.
"Ik vind jou ook leuk."
De spanning in zijn gezicht verdween direct.
Een zichtbare opluchting.
Alsof hij zich had voorbereid op afwijzing.
Alsof dat iets was wat hij verwachtte.
Maar Eva vervolgde:
"Alleen..."
Daar was het woord.
Het woord dat alles ingewikkeld maakte.
Daan knikte langzaam.
"Alleen?"
"Je bent nog niet zo lang gescheiden."
Zijn glimlach vervaagde niet.
Maar werd wel zachter.
Begrijpender.
Misschien verdrietiger.
"Ik weet het."
"En ik wil voorzichtig zijn."
Hij keek naar de grond.
Even.
Toen weer naar haar.
"Dat begrijp ik."
En Eva geloofde hem.
Op dat moment tenminste.
Ze geloofde dat hij het echt begreep.
Dat hij haar ruimte zou geven.
Dat ze rustig konden ontdekken wat dit was.
Zonder haast.
Zonder druk.
---
Toen ze later afscheid namen bij haar auto, bleef hij staan terwijl zij de deur opende.
"Ik heb een fijne dag gehad."
"Ik ook."
Zijn glimlach verscheen weer.
Warm.
Oprecht.
"Dan was het de moeite waard."
Eva knikte.
"Ja."
Hij deed een stap achteruit.
Alsof hij haar ruimte wilde geven.
Maar vlak voordat ze instapte zei hij:
"Ik heb lang niet meer zo uitgekeken naar iemand zien."
Die woorden bleven hangen.
Nog lang nadat ze was weggereden.
En terwijl Eva naar huis reed, wist ze één ding zeker.
Ze begon om Daan te geven.
Misschien sneller dan verstandig was.
Misschien sneller dan ze zichzelf wilde toegeven.
Maar diep vanbinnen wist ze dat er iets was veranderd.
En dat er vanaf vandaag geen weg meer terug was naar twee vreemden in een café.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten